P12 Bloeddrukmeting met een automatische bloeddrukmeter
Materialen
Noodzakelijk materiaal
- automatische bloeddrukmeter
- ontsmettingsmiddel voor materialen
- kompressen
Voorbereiding
- informeer de patiënt over de indicatie, de werkwijze en de eventuele medewerking die je van de patiënt verlangt
- vraag de patiënt naar de normale waarde van de bloeddruk
- vraag naar de voorgeschiedenis van de patiënt, neem nooit de bloeddruk langs de zijde waar:
- de patiënt een borstamputatie en/of klierweefselwegname heeft gehad
- de patiënt een arterioveneuze shunt in de arm heeft voor dialyse
- zorg dat je op de hoogte bent van het goede gebruik van de automatische bloeddrukmeter
Uitvoering
- indien mogelijk, neem de bloeddruk aan de linkerzijde
- voel aan de zijde waar je de bloeddrukmeting zal uitvoeren naar de hartslag ter hoogte van de pols (arteria radialis) zodat je weet dat deze voelbaar is, zo niet neem je de andere arm
- maak de bovenarm vrij
- zorg dat de patiënt in een stabiele, ontspannen positie zit of ligt
- vraag om niet te spreken of te bewegen tijdens de meting
- neem de juiste manchetbreedte zodat deze voldoende rond de bovenarm past, aangeduid door witte markeerlijnen
- breng de manchet correct aan:
- verwijder nog aanwezige lucht uit de manchet, ontkoppel eventueel de manchet van de leiding
- laat de patiënt de arm strekken
- leg de manchet aan met de onderste rand een 3 tal cm boven de elleboogplooi
- zorg dat het midden van de manchet, vaak aangeduid door pijl of tekening, ter hoogte van de armslagader ligt
- sluit de manchet rondom de bovenarm zonder deze aan te spannen
- laat de patiënt zijn arm rusten op een tafel of armleuning
- druk op de startknop voor de automatische bloeddrukmeting (zie gebruiksaanwijzing)
- lees de waarde van de systolische en diastolische bloeddruk af op het scherm alsook de hartfrequentie
- laat de rest van de lucht ontsnappen uit de manchet
- bij een slechte meting:
- controleer de manchet en de automatische bloeddrukmeter
- herhaal de meting na 1 minuut
Nazorg / registratie
- na gebruik:
- reinig en ontsmet de manchet
- laat het toestel geregeld ijken
- informeer de patiënt over het resultaat
- controleer de houding van de patiënt
- controleer de vitale functies van de patiënt
- breng de kledij van de patiënt terug in orde
- noteer je actie/resultaat op het registratieformulier
Aandachtspunten
Je moet als hulpverlener-ambulancier beschikken over een goede kennis van de anatomie en fysiologie van het hart- en bloedvatenstelsel. Hiervoor wordt verwezen naar het desbetreffende hoofdstuk in het handboek voor de hulpverlener-ambulancier.
Denk er aan dat je als hulpverlener-ambulancier geen diagnose mag stellen. Echter, een goed inzicht in de meetwaarde op de bloeddrukmeter, gelinkt aan de (uiterlijke) kenmerken bij de patiënt en de door de patiënt opgegeven ‘normaalwaarde’ kunnen helpen in het vormen van een duidelijker beeld van de toestand van de patiënt en ook in de afweging tot het al dan niet vragen naar medische ondersteuning (MUG/PIT).
Zorg tijdens de uitvoering van de techniek voor een zo hygiënisch mogelijk werken.
Terug naar Wiki · overzicht Procedures - overzicht