P10 Hulp bij het plaatsen van een supraglottische luchtweg bij een volwassene

VOLWASSENE

Materialen

Noodzakelijk materiaal

  • aspiratiemateriaal
  • beademing:
    • beademingsballon met masker
    • mayocanules
    • materiaal voor zuurstoftoediening
  • monitoring:
    • ECG-elektroden en kabel
    • zuurstofsaturatiemeter
    • bloeddrukmeting
    • defibrillator
  • plaatsen supraglottische luchtweg:
    • supraglottische luchtweg: vraag de gewenste maat aan de verpleegkundige of arts
    • spuit in functie van type supraglottische luchtweg
    • stethoscoop
    • materiaal voor fixatie larynxmasker
  • wegwerpzakdoekjes
  • nierbekken
  • afvalrecipiënt of vuilniszak

Optioneel materiaal

  • beademingstoestel
  • swivel (flexibele tussenleiding)
  • bacteriefilter
  • glijmiddel
  • dun kussentje
  • bescherming voor kledij patiënt
  • bijtblok

Voorbereiding

  • laat de verpleegkundige of arts zo mogelijk de patiënt informeren over de indicatie en eventuele medewerking van de patiënt

  • deze procedure wordt mogelijks voorafgegaan of ondersteund door volgende procedures:

    • de aspiratie wordt uitgevoerd zoals beschreven in de procedure “P 01 Aspiratie van de bovenste luchtweg bij een patiënt zonder een kunstmatige luchtweg”, na het plaatsen van de supraglottische luchtweg zal aspiratie gebeuren zoals beschreven in de procedure “P 02 Aspiratie van de luchtweg bij een patiënt met een kunstmatige luchtweg – endotracheale tube (ETT) of supraglottische luchtweg”
    • de zuurstoftoediening zoals beschreven in procedure “P 04 Toedienen van zuurstof”
  • het beademen volgens de procedure “P 07 Beademen met beademingsballon en masker”, al dan niet in combinatie met procedure “P 06 Plaatsen van een mayocanule”

    • de monitoring zal gebeuren zoals beschreven in de procedures “P 03 Gebruik van de zuurstofsaturatiemeter”, “P 12 Bloeddrukmeting met een automatische bloeddrukmeter” of “P 13 Bloeddrukmeting met een manuele bloeddrukmeter”, “P 21 Gebruik van de hartmonitor” en “P 22 Hulp bij het gebruik van de manuele defibrillator”
  • neem het materiaal klaar voor het inbrengen van de supraglottische luchtweg

  • open op steriele wijze een stukje van de verpakking van de supraglottische luchtweg langs de zijde van het koppelstuk met het beademingsmateriaal (de tip moet steriel blijven)

  • test zo nodig de goede werking van de het opblaasbaar deel van de supraglottische luchtweg

    • vul de spuit met lucht, de hoeveelheid staat vermeld op de verpakking
    • koppel deze aan de cuff-leiding
    • spuit lucht in de cuff
    • laat de lucht even in de cuff om na te gaan of deze niet lekt
    • verwijder de lucht uit de cuff met de spuit
  • indien gewenst: open de verpakking verder op steriele wijze en spray glijmiddel over de tip van de supraglottische luchtweg

  • bereid het fixatiemateriaal voor de supraglottische luchtweg voor

Uitvoering

  1. breng de patiënt in een liggende houding
  2. verwijder zo nodig het zuurstofmasker
  3. help bij het verwijderen van eventuele tandprothese of vreemd materiaal uit de mond
  4. aspireer zo nodig mond en keel
  5. op vraag van de verpleegkundige of arts beadem je de patiënt met masker en ballon
  6. geef de supraglottische luchtweg aan in de rechterhand van de verpleegkundige of arts, met de open schelp naar boven en de punt wijzend naar de voeten van de patiënt
  7. zodra de supraglottische luchtweg geplaatst is, geef je zo nodig de spuit aan, met de juiste hoeveelheid lucht om de cuff op te blazen
  8. fixeer de supraglottische luchtweg met het fixatiemiddel
  9. plaats de beademingsballon op de supraglottische luchtweg of biedt het beademingstoestel aan
  10. de verpleegkundige of arts sluit eventueel tussen de beademingsballon en de supraglottische luchtweg een swivel aan, en eventueel ook een bacteriefilter
  11. de verpleegkundige of arts monteert eventueel een tussenstuk voor aspiratie zodat dit kan gebeuren zonder steeds de supraglottische luchtweg te moeten loskoppelen
  12. de verpleegkundige of arts controleert de plaatsing van de supraglottische luchtweg door een auscultatie van de beide longvelden te doen op verschillende plaatsen terwijl de patiënt beademd wordt
  13. bied hulp aan de verpleegkundige of arts bij het aanleggen van materiaal voor monitoring
  14. aspireer zo nodig
  15. vraag bij twijfel, onduidelijkheid, verandering in toestand van de patiënt steeds de bijstand van de verpleegkundige of arts

Nazorg / registratie

  • positioneer de toestellen rond de patiënt zodat deze makkelijk te bekijken en bedienen zijn, maar niet in de weg staan
  • na gebruik:
  • controleer de houding van de patiënt
  • controleer dat het beademingsmateriaal goed geplaatst is
  • controleer de vitale functies van de patiënt
  • breng de kledij van de patiënt terug in orde
  • noteer je actie/resultaat op het registratieformulier

Aandachtspunten

Je moet als hulpverlener-ambulancier beschikken over een goede kennis van de anatomie en fysiologie van het ademhalingsstelsel. Hiervoor wordt verwezen naar het desbetreffende hoofdstuk in het handboek voor de hulpverlener-ambulancier.

Denk er aan dat je als hulpverlener-ambulancier de berekening moet kunnen maken om te weten welke tijd er nog rest met de hoeveelheid zuurstof aanwezig in de zuurstoffles. Je zal er over waken dat er tijdig voorzien wordt in een nieuwe zuurstoffles zodat de zuurstoftoediening nagenoeg continu kan verlopen.

Een goed inzicht in de meetwaarde op de zuurstofsaturatiemeter, gelinkt aan de (uiterlijke) kenmerken bij de patiënt is een noodzaak om op een verantwoordde wijze zuurstof toe te kunnen dienen.

Zorg tijdens de uitvoering van de techniek voor een zo steriel mogelijk werken.


Terug naar Wiki · overzicht Procedures - overzicht