P22 Hulp bij het gebruik van de manuele defibrillator

Materialen

Noodzakelijk materiaal

  • defibrillator met klevende pads (Defib-pads)
  • hartmonitorkabel
  • elektroden
  • afvalrecipiënt of vuilniszak

Optionele materialen

  • scheermesje
  • kompressen

Voorbereiding

  • informeer zo mogelijk de patiënt over de indicatie, werkwijze en de eventuele medewerking door de patiënt
  • zorg dat je al het materiaal bij de hand hebt
  • controleer het toestel:
    • voldoende opgeladen batterijen
    • toestel voert zelftest uit bij opstarten
    • hartmonitorkabel juist en goed gemonteerd aan het toestel
  • verwijder de kledij
  • zo nodig scheer en droog je de huid op de plaatsen waar je de elektroden voor de defibrillatie gaat kleven
  • zorg voor voldoende speling op de draden van de defibrillator
  • indien er gelijktijdig een hartmonitoring dient te gebeuren, al dan niet om een synchrone defibrillatie te kunnen uitvoeren, dient de hartmonitor aangesloten te worden zoals beschreven in de procedure “P 21 Gebruik van de hartmonitor”

Uitvoering

  1. positioneer de klevende pads
  • positioneer de eerste klever rechts onder het sleutelbeen en de tweede links ter hoogte van de hartpunt
  • let er op dat:
    • medicatiepleisters op de plaats van de elektrode eerst verwijderd worden
    • de elektroden niet over de tepel gekleefd worden
  • bij een patiënt met een pacemaker of een geïmplanteerde defibrillator kleef je de elektrode op één van de volgende wijzen:
    • de rechter elektrode plaats je onder het geïmplanteerde toestel en de linker elektrode ter hoogte van de hartpunt
    • kleef een elektrode op de linkerborst ter hoogte van het hart en de andere op de rug ter hoogte van het hart
    • kleef de elektrode links en rechts een handbreedte onder de oksel
  1. het energieniveau (aantal joule) van de defibrillatie wordt ingesteld door de verpleegkundige of arts alsook de methode (synchroon of asynchroon)

  2. de defibrillator wordt opgeladen tot het gewenste energieniveau door verpleegkundige of arts

  3. na controle van de veiligheid wordt de defibrillatieschok toegediend door de verpleegkundige of de arts

  4. de borstcompressies van de reanimatie worden onmiddellijk hernomen na de defibrillatie

Nazorg / registratie

  • na gebruik:
    • schakel het toestel uit
    • reinig het toestel en de kabels
    • berg het toestel op een correcte manier op zodat het klaar is voor een volgend gebruik
  • controleer de houding van de patiënt
  • controleer dat het zuurstofmasker goed geplaatst is
  • controleer de vitale functies van de patiënt
  • breng de kledij van de patiënt terug in orde
  • noteer je actie/resultaat op het registratieformulier

Aandachtspunten

Je moet als hulpverlener-ambulancier beschikken over een goede kennis van de anatomie en fysiologie van het ademhalingsstelsel en het hart- en bloedvatenstelsel. Hiervoor wordt verwezen naar de desbetreffende hoofdstukken in het handboek voor de hulpverlener-ambulancier.

Let op voor elektromagnetische interferentie van andere apparaten: TL-verlichting, elektrisch apparaten, mobiele telefoons, …

Gebruik bij kinderen kinderelektroden en kinderdefipads.

Zorg tijdens de uitvoering van de techniek voor een zo hygiënisch mogelijk werken.


Terug naar Wiki · overzicht Procedures - overzicht