P09 Hulp bij het plaatsen van een endotracheale tube (ETT)
Materialen
Noodzakelijk materiaal
- aspiratiemateriaal
- beademing:
- beademingsballon met masker
- mayocanules
- materiaal voor zuurstoftoediening
- monitoring:
- ECG-elektroden en kabel
- zuurstofsaturatiemeter
- bloeddrukmeting
- defibrillator
- intubatie:
- endotracheale tubes (ETT): vraag de gewenste maat aan de verpleegkundige of arts
- laryngoscoop: vraag welk blad (type en maat) de verpleegkundige of arts wil
- spuit van 10cc
- Magilltang
- tubegeleider (mandrin)
- stethoscoop
- materiaal voor fixatie ETT
- wegwerpzakdoekjes
- nierbekken
- afvalrecipiënt of vuilniszak
Optioneel materiaal
- beademingstoestel
- swivel (flexibele tussenleiding)
- bacteriefilter
- glijmiddel
- dun kussentje
- bescherming voor kledij patiënt
- bijtblok
- cuffdrukmeter
Voorbereiding
- laat de verpleegkundige of arts de patiënt zo mogelijk informeren over de indicatie en eventuele medewerking van de patiënt
- deze procedure wordt mogelijks voorafgegaan of ondersteund door volgende procedures:
- de aspiratie wordt uitgevoerd zoals beschreven in de procedure “P 01 Aspiratie van de bovenste luchtweg bij een patiënt zonder een kunstmatige luchtweg”, na het plaatsen van de ETT zal aspiratie gebeuren zoals beschreven in de procedure “P 02 Aspiratie van de luchtweg bij een patiënt met een kunstmatige luchtweg – endotracheale tube (ETT) of supraglottische luchtweg”
- de zuurstoftoediening zoals beschreven in procedure “P 04 Toedienen van zuurstof”
- het beademen volgens de procedure “P 07 Beademen met beademingsballon en masker”, al dan niet in combinatie met procedure “P 06 Plaatsen van een mayocanule”
- de monitoring zal gebeuren zoals beschreven in de procedures “P 03 Gebruik van de zuurstofsaturatiemeter”, “P 12 Bloeddrukmeting met een automatische bloeddrukmeter” of “P 13 Bloeddrukmeting met een manuele bloeddrukmeter”, “P 21 Gebruik van de hartmonitor” en “P 22 Hulp bij het gebruik van de manuele defibrillator”
- monteer het juiste blad op de laryngoscoop en controleer de goede werking van het lichtje
- open op steriele wijze een stukje van de verpakking van de endotracheale tube langs de zijde van het koppelstuk met het beademingsmateriaal (de tip moet steriel blijven)
- bij een ETT met cuff: test de goede werking van de cuff
- vul de spuit van 10 cc met lucht
- koppel de spuit aan op de cuff-leiding
- spuit lucht in de cuff totdat je een zachte weerstand voelt
- laat de lucht even in de cuff om na te gaan of deze niet lekt
- verwijder de lucht uit de cuff met de spuit van 10 cc
- indien gewenst: open de verpakking verder op steriele wijze en spray glijmiddel over de tip van de endotracheale tube (let op steriliteit van de ETT)
- bereid het fixatiemateriaal voor de ETT voor
Uitvoering
-
breng de patiënt in een liggende houding
-
verwijder zo nodig het zuurstofmasker
-
help bij het verwijderen van eventuele tandprothese of vreemd materiaal uit de mond
-
aspireer zo nodig mond en keel
-
op vraag van de verpleegkundige of arts beadem je de patiënt met masker en ballon
-
bij de start van de intubatie geef je de laryngoscoop aan met het blad naar onder en de tip van het blad richting de voeten van de patiënt, in de linkerhand van de verpleegkundige of arts
-
geef de ETT aan in de rechterhand van de verpleegkundige of arts
-
zodra de ETT geplaatst is, geef je de spuit van 10 cc om de cuff op te blazen
-
fixeer de ETT met het fixatiemiddel
-
bied het beademingstoestel aan
-
de verpleegkundige of arts controleert de plaatsing van de ETT door een auscultatie van de beide longvelden te doen op verschillende plaatsen terwijl de patiënt beademd wordt
-
bied hulp aan de verpleegkundige of arts bij het aanleggen van materiaal voor monitoring
-
aspireer zo nodig
-
vraag bij twijfel, onduidelijkheid, verandering in toestand van de patiënt steeds de bijstand van de verpleegkundige of arts
Nazorg / registratie
- positioneer de toestellen rond de patiënt zodat deze makkelijk te bekijken en bedienen zijn, maar niet in de weg staan
- na gebruik:
- controleer de houding van de patiënt
- controleer dat het beademingsmateriaal goed geplaatst is
- controleer de vitale functies van de patiënt
- breng de kledij van de patiënt terug in orde
- noteer je actie/resultaat op het registratieformulier
Aandachtspunten
Je moet als hulpverlener-ambulancier beschikken over een goede kennis van de anatomie en fysiologie van het ademhalingsstelsel. Hiervoor wordt verwezen naar het desbetreffende hoofdstuk in het handboek voor de hulpverlener-ambulancier.
Denk er aan dat je als hulpverlener-ambulancier de berekening moet kunnen maken om te weten welke tijd er nog rest met de hoeveelheid zuurstof aanwezig in de zuurstoffles. Je zal er over waken dat er tijdig voorzien wordt in een nieuwe zuurstoffles zodat de zuurstoftoediening nagenoeg continu kan verlopen.
Een goed inzicht in de meetwaarde op de zuurstofsaturatiemeter, gelinkt aan de (uiterlijke) kenmerken bij de patiënt is een noodzaak om op een verantwoordde wijze zuurstof toe te kunnen dienen.
Zorg tijdens de uitvoering van de techniek voor een zo steriel mogelijk werken.
Terug naar Wiki · overzicht Procedures - overzicht