P07 Beademen met beademingsballon en masker

Materialen

Noodzakelijk materiaal

  • aspiratiemateriaal zoals beschreven in procedure “P 01 Aspiratie van de bovenste luchtweg bij een patiënt zonder een kunstmatige luchtweg”
  • beademing:
    • beademingsballon aangepast aan leeftijd/grootte patiënt
    • verschillende maskers volgens leeftijd/grootte patiënt
  • materiaal voor zuurstoftoediening zoals beschreven in procedure “P 04 Toedienen van zuurstof”
  • mayocanule voor vrije luchtweg zoals beschreven in procedure “P 06 Plaatsen van een mayocanule”

Optioneel materiaal

  • zuurstofsaturatiemeter

Voorbereiding

  • zet je materiaal klaar binnen handbereik
  • monteer het aspiratietoestel zodat het functioneel is
  • monteer het materiaal voor zuurstoftoediening (zuurstofleiding enerzijds aansluiten op beademingsballon, anderzijds op de zuurstoffles)
  • plaats het juiste masker op de beademingsballon
  • neem de juiste mayocanule

Uitvoering

  1. kniel bij het hoofd van de patiënt
  2. open de luchtweg en maak die indien nodig vrij door gebruik van het aspiratietoestel
  3. breng een mayocanule aan tenzij de patiënt een braakreflex vertoont
  4. plaats het masker over de neus en mond van de patiënt door de tip van het masker bovenaan op de neusbrug te plaatsen en de basis van het masker op de kin
  5. houd het masker stevig op de juiste plaats door het aan te drukken met je duim op het bovenste deel en met de wijsvinger op het onderste deel, de andere vingers gebruik je om de onderkaak vast te nemen tussen de kin en de hoek van de onderkaak
  6. knijp met je andere hand de ballon leeg, eventueel kan je de ballon tegen je dijbeen leegduwen
  7. doe dit om de 5 seconden bij volwassenen, om de 3 seconden bij kinderen
  8. knijp met voldoende kracht de ballon samen zodat je de borstkas omhoog ziet gaan
  9. laat na het inblazen de ballon los zodat de patiënt passief kan uitademen
  10. ben je met 2:
    • hulpverlener-ambulancier 1 houdt het hoofd en het masker met beide handen vast, het hoofd gekanteld en met kinlift zodat een optimaal vrije luchtweg bekomen wordt
    • hulpverlener-ambulancier 2 knijpt de ballon samen en staat dus in voor de eigenlijke beademing van de patiënt

Nazorg / registratie

  • na gebruik:
    • hou rekening met de vermeldingen bij procedure P 01, P 04 en P 06
    • reinig en ontsmet het beademingsmasker en de ballon
    • maak het materiaal terug gebruiksklaar
  • verwijder de materialen en deponeer ze in een afvalrecipiënt of vuilniszak
  • controleer de houding van de patiënt
  • controleer de vitale functies van de patiënt
  • breng de kledij van de patiënt terug in orde
  • noteer je actie/resultaat op het registratieformulier

Aandachtspunten

Je moet als hulpverlener-ambulancier beschikken over een goede kennis van de anatomie en fysiologie van het ademhalingsstelsel. Hiervoor wordt verwezen naar het desbetreffende hoofdstuk in het handboek voor de hulpverlener-ambulancier.

Denk er aan dat je als hulpverlener-ambulancier de berekening moet kunnen maken om te weten welke tijd er nog rest met de hoeveelheid zuurstof aanwezig in de zuurstoffles. Je zal er over waken dat er tijdig voorzien wordt in een nieuwe zuurstoffles zodat de zuurstoftoediening nagenoeg continu kan verlopen.

Een goed inzicht in de meetwaarde op de zuurstofsaturatiemeter, gelinkt aan de (uiterlijke) kenmerken bij de patiënt is een noodzaak om op een verantwoordde wijze zuurstof toe te kunnen dienen.

Zorg tijdens de uitvoering van de techniek voor een zo hygiënisch mogelijk werken.


Terug naar Wiki · overzicht Procedures - overzicht