P08 Vrijmaken van de luchtweg bij verstikking

Materialen

Noodzakelijk materiaal

  • wegwerpzakdoekjes
  • nierbekken
  • afvalrecipiënt of vuilniszak

Optioneel materiaal

  • zuurstofsaturatiemeter
  • materiaal voor het toedienen van zuurstof
  • materiaal voor het uitvoeren van aspiratie

Voorbereiding

  • informeer de patiënt over de indicatie, werkwijze en eventuele medewerking die je van hem verwacht
  • zorg dat je al het materiaal bij de hand hebt
  • deze procedure wordt mogelijks voorafgegaan of ondersteund door volgende procedures:
    • de aspiratie wordt uitgevoerd zoals beschreven in de procedure “P 01 Aspiratie van de bovenste luchtweg bij een patiënt zonder een kunstmatige luchtweg”
    • de zuurstoftoediening zoals beschreven in procedure “P 04 Toedienen van zuurstof”
    • het beademen volgens de procedure “P 05 Gebruik van een zakmasker” of de procedure “ P 07 Beademen met beademingsballon en masker”, al dan niet in combinatie met procedure “P 06 Plaatsen van een mayocanule”

Uitvoering

  1. bewuste patiënt met luchtwegobstructie die aan het hoesten is:
    • zolang de patiënt nog spontaan en normaal ademt, hoef je enkel aan te moedigen om goed te hoesten
    • voer geen blinde vingerveeg uit in de mond en de bovenste luchtweg want dit kan het vreemde voorwerp nog meer blokkeren of kwetsuren veroorzaken aan de weke weefsels
    • zodra het hoesten afwezig of ineffectief is en/of het voorwerp de luchtweg volledig verstopt, zal de patiënt vlug in zuurstofnood geraken en dient er actief tussengekomen te worden
  2. wanneer de zuigeling (< 1 jaar) tekenen van uitputting vertoont of stopt met hoesten of ademen:
    • hou de zuigeling in buiklig op je voorarm vast en zorg ervoor dat het hoofdje iets lager ligt dan de romp, ondersteund door de hand
    • geef tot maximaal 5 stevige slagen midden op de rug, tussen de schouderbladen
  • als dit het vreemde voorwerp niet heeft losgemaakt, draai je de zuigeling in ruglig op uw voorarm er voor zorgend dat het hoofdje iets lager ligt dan de romp
    • de plaats waar de borststoten worden gegeven, is dezelfde als de plaats van de hartmassage maar de borststoten worden gegeven met een kracht die veel scherper en heviger is en worden uitgevoerd aan een tempo van 1 stoot per seconde
    • geef tot maximaal 5 borststoten
  1. wanneer de patiënt (> 1 jaar) tekenen van uitputting vertoont of stopt met hoesten of ademen:
    • ga zijdelings en iets achter de patiënt staan of knielen
    • steun met een hand de borst en buig het slachtoffer naar voren om te zorgen dat het vreemd voorwerp, als het losraakt, er uit valt en niet dieper in de luchtweg terecht komt
    • geef tot maximaal 5 stevige slagen tussen de schouderbladen met de hiel van uw andere hand, met als doel het vreemde voorwerp bij elke klap los te maken
    • als dit het vreemde voorwerp niet heeft losgemaakt sta of kniel achter de patiënt en plaats uw armen onder de armen van de patiënt
    • maak een vuist en plaats deze tussen de navel en het zwaardvormig aanhangsel van het borstbeen
    • grijp deze hand met de andere hand vast
    • trek dan fors naar binnen en naar boven er op lettend dat er geen druk wordt uitgeoefend op het zwaardvormig aanhangsel of de onderste ribben
    • geef tot maximaal 5 buikstoten
  2. controleer de patiënt:
    • pas na 5 slagen op de rug en 5 borststoten/buikstoten wordt de mondholte gecontroleerd
    • verwijder voorzichtig alle zichtbare vreemde voorwerpen
  3. voorwerp niet verwijderd, patiënt nog bewust:
    • herhaal de bovenstaande stappen van 5 maal slaan op de rug afgewisseld met 5 borststoten (zuigeling) of buikstoten (patiënt > 1 jaar)
    • vraag bijkomende hulp en blijf bij de patiënt
  4. voorwerp is verwijderd:
    • controleer de toestand van de patiënt
    • pas beademing en hartmassage toe zo nodig
    • laat de luchtweg controleren op aanwezigheid van deeltjes van het vreemde voorwerp of letsels
    • laat elke patiënt die buikstoten kreeg nakijken op (inwendige) buikletsels
  5. bewusteloze zuigeling of bewusteloos kind met luchtwegobstructie:
    • leg de patiënt op een vlakke, harde ondergrond als het bewusteloos is of wordt
    • vraag bijkomende hulp als dit nog niet gebeurd is
    • open de mond en kijk of je het vreemd voorwerp kunt zien
    • doe één poging om het zichtbaar vreemd voorwerp te verwijderen met een vingerveeg
    • open de luchtweg en probeer 5 beademingen waarbij je het resultaat van iedere beademing beoordeelt
  • corrigeer de positie van het hoofd vooraleer de volgende poging te doen om te beademen als de beademing de borstkas niet deed omhooggaan
    • bij afwezigheid van reactie (bewegen, hoesten, spontane ademhaling) ga je over tot borstcompressies volgens de reanimatierichtlijnen
    • na de borstcompressies, kijk of je het vreemd voorwerp kan zien zitten in de mond en probeer het met 1 vingerveeg te verwijderen
    • ga verder met de reanimatie
    • indien de patiënt terug spontaan en effectief ademt, leg hem dan in stabiele zijlig of veiligheidshouding en observeer het bewustzijn en de ademhaling tot de aankomst van de MUG
  1. bewusteloze adolescent of volwassene met luchtwegobstructie:
    • begeleid de patiënt voorzichtig naar de grond en leg het op de rug op een vlakke, harde ondergrond
    • kantel het hoofd van het slachtoffer naar achteren en verwijder zichtbare losse voorwerpen uit de mond
    • start onmiddellijk met borstcompressies om het voorwerp los te krijgen
    • controleer na 30 borstcompressies of er losse voorwerpen in de mond zijn en verwijder deze
    • probeer 2 maal te beademen
    • ga door met borstcompressies gevolgd door pogingen om te beademen
    • reanimeer verder tot er een normale ademhaling is waarna je de patiënt in een stabiele zijlig of veilgheidshouding kan brengen ter observatie van de ademhaling en het bewustzijn tot de aankomst van de MUG

Nazorg / registratie

  • na gebruik:
  • controleer de houding van de patiënt
  • controleer de vitale functies van de patiënt
  • breng de kledij van de patiënt terug in orde
  • noteer je actie/resultaat op het registratieformulier

Aandachtspunten

Je moet als hulpverlener-ambulancier beschikken over een goede kennis van de anatomie en fysiologie van het ademhalingsstelsel. Hiervoor wordt verwezen naar het desbetreffende hoofdstuk in het handboek voor de hulpverlener-ambulancier.

Een goed inzicht in de meetwaarde op de zuurstofsaturatiemeter, gelinkt aan de (uiterlijke) kenmerken bij de patiënt is nodig om op een verantwoordde wijze zuurstof toe te kunnen dienen. Het materiaal moet aangepast zijn aan de patiënt, zo zal je bij zuigelingen en kinderen gebruik maken van pediatrisch materiaal. Bij een zichtbaar zwangere vrouw of een vermoeden van zal je geen buikstoten geven maar wel borststoten. Zorg tijdens de uitvoering van de techniek voor een zo hygiënisch mogelijk werken.


Terug naar Wiki · overzicht Procedures - overzicht