O11 Hypoglycemie

Voor gebruik bij

Patiënt met gekende diabetes, malaise van onbekende oorsprong met zweten en bleekheid, bewustzijnsstoornissen of coma van onbekende oorsprong of patiënt die geagiteerd of verward is, hemiplegisch is of convulsies heeft.

Algemene maatregelen

  1. eerste evaluatie : ABC, capillaire glycemie
  2. indien capillaire glycemie < 60 mg/dl :
    • a. met bewustzijnsstoornissen : vraag assistentie MUG/PIT
    • b. zonder bewustzijnsstoornissen : overweeg toediening van snelle (bvb. cola, suiker) en traag resorbeerbare suikers (bvb. brood) per os en contacteer de behandelende arts en zo nodig vraag assistentie MUG/PIT
  3. indien bewusteloos :
    • a. luchtwegmanagement (P 01, P 08)
    • b. vraag assistentie MUG/PIT
  4. stabiele zijligging indien ademhaling aanwezig is

Specifieke zorg (enkel hulpverleners-ambulanciers zijn aanwezig)

actiehulpmiddelprocedure
Abovenste luchtwegen vrijhouden
indien secreties : aspiratie van de
bovenste luchtwegen
P 01
BSpO2 en ademhalingsfrequentie
meten
overweeg O2-toediening (afh SpO2)
beadem met ballon
indien apneu
P 03, P 04, P 07
Chartfrequentie & bloeddruk metenindien shock O 05P 12, P 13, P 15, P 16
Dneurologische status evalueren
glycemie evalueren
GCS (zie O 13)
zo nodig O 11
P 14
Etemperatuur metenindien hypothermie O 12P 17, P 18, P 19, P 20

Hulp aan MUG/PIT (op verzoek)

  • helpen bij
    • het installeren van de monitoring (ECG, bloeddruk, SpO2) → P 12, P 13, P 21
    • het plaatsen van een intraveneuze katheter → P 29, P 30
    • het plaatsen van een intra osseuze katheter → P 32
    • het voorbereiden van medicatie → P 26, P 27, P 28
  • toezicht op de patiënt met perifeer infuus → P 31

Terug naar Wiki · overzicht Staande orders - overzicht