P14 Meten van de capillaire glycemie
Materialen
Noodzakelijk materiaal
- glycemiemeting
- glycemiemeter
- priknaald
- teststrip
- nierbekken
- naaldcontainer
- ether of milde zeepoplossing
- kompressen
Optioneel materiaal
- testvloeistof
Voorbereiding
- informeer de patiënt over de indicatie, de werkwijze en de eventueel verwachte medewerking
- ken het gebruik van het meettoestel en de toebehoren
- controleer de strips, testvloeistof, … op vervaldatum
- controleer of het toestel op een juiste manier meet door het uitvoeren van een test
- leg het materiaal voor de meting van de glycemie in de buurt
- zorg zeker voor een goede handhygiëne bij jezelf én bij de patiënt, doe je dit met handalcohol, wacht dan voldoende lang totdat deze opgedroogd is om geen transfer van alcohol op de prikplaats te hebben (ontsmettingsalcohol beïnvloedt namelijk de gemeten waarde, verhoogde meting)
Uitvoering
-
bepaal de plaats voor de prik van de bloedafname, aan de zijkant van de vingertop in ring- of middenvinger, bij voorkeur aan de niet dominante hand
-
laat de patiënt een stabiele, ontspannen positie aannemen
-
bevorder de doorbloeding van de prikplaats:
- wrijf van de handpalm naar de te prikken vingertop
- laat de hand en arm afhangen gedurende een halve minuut
-
neem een kompres en gebruik ether of een milde zeepoplossing om de prikplaats te reinigen
-
wacht 15 à 30 seconden om te prikken
-
zet ondertussen het meettoestel aan en breng zo nodig een ongebruikte teststrip op correcte wijze in het toestel zonder de plaats waar de druppel bloed moet aangebracht worden aan te raken
-
sluit het recipiënt van de teststrips onmiddellijk
-
neem de priknaald en plaats deze tegen de te prikken plaats zonder te veel druk uit te oefenen
-
druk op de ontspanknop of druk de priknaald in
-
verwijder de priknaald en deponeer deze in de naaldcontainer
-
knijp zachtjes in de vinger tot er een ronde druppel bloed gevormd is, veeg de eerste druppel weg, geef zachte druk zodat er een tweede druppel wordt gevormd
-
breng de tweede druppel bloed aan op de teststrip of laat bloed door de teststrip opzuigen zodat het testveld volledig gevuld is
-
als de teststrip vol is doet het toestel de analyse en het meetresultaat verschijnt
-
druk met een droog kompres de prikplaats af of laat dit doen door de patiënt
-
verwijder de teststrip en deponeer hem in de naaldcontainer
-
schakel het meettoestel uit
Nazorg / registratie
- na gebruik:
- reinig het meettoestel
- berg de glycemiemeter en toebehoren op in het etui en plaats op een droge plaats tussen de 4°C en 30°C
- laat het toestel regelmatig ijken
- informeer de patiënt over het resultaat
- controleer de houding van de patiënt
- controleer de vitale functies van de patiënt
- breng de kledij van de patiënt terug in orde
- noteer je actie/resultaat op het registratieformulier
Aandachtspunten
Je moet als hulpverlener-ambulancier beschikken over een goede kennis van de (patho)fysiologie van het endocrien stelsel. Hiervoor wordt verwezen naar het desbetreffende hoofdstuk in het handboek voor de hulpverlener-ambulancier.
Denk er aan dat je als hulpverlener-ambulancier geen diagnose mag stellen. Echter, een goed inzicht in de meetwaarde bij de bepaling van de glycemie, gelinkt aan de (uiterlijke) kenmerken bij de patiënt en de ‘normaalwaarde’ kunnen helpen in het vormen van een duidelijker beeld van de toestand van de patiënt en ook in de afweging tot het al dan niet vragen naar medische ondersteuning (MUG/PIT).
Zorg tijdens de uitvoering van de techniek voor een zo hygiënisch mogelijk werken.
Terug naar Wiki · overzicht Procedures - overzicht