P27 Voorbereiden van een intramusculaire inspuiting

Materialen

Noodzakelijk materiaal

  • medicatie (ampul of flacon)
  • steriele spuit in verhouding met de op te trekken hoeveelheid medicatie
  • steriele optreknaald
  • steriele naald voor intramusculaire inspuiting
  • ontsmettingsmiddel op alcoholbasis of alcohol swabs
  • niet-steriele kompressen
  • nierbekken
  • kleefpleister of kleefvignet
  • naaldcontainer
  • afvalrecipiënt of vuilniszak
  • wondpleister

Optioneel materiaal

  • kleefvignet en balpen

Voorbereiding

  • controleer de juistheid van de gegevens die je betreffende de medicatie begrepen hebt met het mondelinge voorschrift van de aanwezige verpleegkundige5 of arts
  • vergelijk de medicatie met het mondelinge voorschrift:
    • naam van de medicatie
    • samenstelling, concentratie en helderheid van de vloeistof
    • vervaldatum
    • toedieningswijze
  • algemene principes:
    • let op voor steriliteit !
    • voorkom prikongevallen
    • zorg dat de medicatie niet te koud is, eventueel opwarmen in de handen
    • als hulpverlener-ambulancier mag je enkel de volledige dosis van de medicatie optrekken (geen halve of andere hoeveelheid), je mag geen twee medicaties in 1 spuit optrekken en je mag deze medicatie niet verdunnen met een ander middel
    • als hulpverlener-ambulancier mag je geen verdovende medicatie optrekken (dubbele rode lijn op de verpakking)

houder van de bijzondere beroepstitel van verpleegkundige gespecialiseerd in de intensieve zorg en spoedgevallenzorg

Uitvoering

  1. maak de spuit klaar:
    • open de verpakking van de spuit en laat de spuit in de doorzichtige folie liggen
    • open de verpakking van de optreknaald door de beide flapjes open te trekken zonder het aanzetstuk van de naald aan te raken
    • neem de half geopende verpakking in je niet-dominante hand
    • neem de spuit in de dominante hand zonder de punt van de spuit aan te raken
    • plaats de spuit op het aanzetstuk van de naald, maak hierbij een duwende en draaiende beweging
    • duw de stamper van de spuit volledig naar voren
    • trek de beschermhuls van de naald en leg deze in de doorzichtige folie van de spuit
    • trek de medicatie op in de spuit
  2. medicatie in ampul:
    • toon de ampul aan de verpleegkundige of arts
    • tik met je vinger tegen het bovenste deel van de ampul zodat eventueel aanwezige vloeistof zakt
    • leg een niet-steriel kompres rond de hals van de ampul, houdt de hals goed vast
    • indien er een merkteken aanwezig is op de kop van de ampul, houdt dit teken dan naar je toe
    • breek de hals naar achter, weg van jezelf
    • trek de beschermhuls van de naald en leg deze in de doorzichtige folie van de spuit
    • neem de ampul in je niet-dominante hand
    • breng op steriele wijze de naald in de opening van de ampul, laat de naald de binnenzijde van de ampul niet raken
    • neem met duim en middenvinger de stamper van de spuit en plaats je wijsvinger op de vleugel
    • hou de naald met de geslepen kant naar onder en houdt de ampul een klein beetje schuin
    • zuig de volledige inhoud van de ampul op
    • toon de lege ampul en de klaargemaakte spuit (opgetrokken medicatie) aan de verpleegkundige of arts
    • deponeer alle delen van de ampul in de naaldcontainer
  3. medicatie in flacon:
    • toon de flacon aan de verpleegkundige of arts
    • verwijder het metalen of plastic afdekplaatje met duim of schaar
    • ontsmet de rubber afsluiting met ontsmettingsmiddel op alcoholbasis of een alcohol swab en laat 15 seconden inwerken
    • bij een plastic flacon voor unidoses, draai je de sluiting van de flacon open
    • neem de spuit in je hand met duim en middenvinger op de stamper van de spuit en je wijsvinger op de vleugel
    • zuig een hoeveelheid lucht op die gelijk is aan de op te trekken hoeveelheid vloeistof zonder de binnenzijde van de stamper van de spuit aan te raken (bij glazen flacon)
    • trek de beschermhuls van de naald en leg deze in de doorzichtige folie van de spuit
    • neem de flacon vast met je niet-dominante hand
    • duw de naald door het midden van de rubber afsluiting van de flacon
  • spuit de lucht in de glazen flacon, niet in de plastic flacon
    • draai de flacon met de spuit ondersteboven en breng de naald in het onderste deel van de flacon
    • zuig de volledige inhoud van de flacon op
    • om het laatste restje van de vloeistof mee te hebben, blijf je zuigen terwijl je de flacon voorzichtig en traag van de spuit verwijdert door deze naar boven te brengen
    • toon de lege flacon en de klaargemaakte spuit (opgetrokken medicatie) aan de verpleegkundige of arts
    • deponeer de flacon in de naaldcontainer
  1. verwijder luchtbellen uit de spuit:
    • hou de spuit verticaal met de naald omhoog en trek aan de stamper zodat de medicatie zich volledig in de spuit bevindt
    • tik zachtjes met je vinger tegen de spuit tot de belletjes verdwenen zijn
    • duw de stamper voorzichtig terug omhoog tot de vloeistof de spuit volledig vult zonder luchtrest
  2. verwijder de optreknaald en deponeer deze onmiddellijk in de naaldcontainer
  3. plaats de intramusculaire naald op de spuit
    • neem de spuit tussen wijs- en middenvinger met de tip van de spuit verwijderd van de hand
    • open de verpakking van de intramusculaire naald door de beide flappen open te trekken zonder het aanzetstuk van de naald aan te raken
    • plaats de intramusculaire naald op de spuit, zonder hierbij op de stamper te drukken
  4. indien de medicatie niet onmiddellijk wordt toegediend, noteer je de naam van de medicatie op een kleefvignet en kleef je dit op de spuit
  5. geef de spuit met de opgetrokken medicatie en lege ampul/flacon alsook een kompres met ontsmettingsmiddel aan de verpleegkundige of arts
  6. zeg luid en duidelijk welke medicatie je hebt opgetrokken

Nazorg / registratie

  • na gebruik:
    • ruim het gebruikte materiaal op
    • gooi lege verpakkingen in het afvalrecipiënt of de vuilniszak
    • deponeer naalden, glas en scherpe voorwerpen in de naaldcontainer
  • informeer de patiënt over het resultaat
  • controleer de houding van de patiënt
  • controleer de vitale functies van de patiënt
  • breng de kledij van de patiënt terug in orde
  • noteer je actie op het registratieformulier (naam, dosis, uur van toediening, manier van toediening, toediener)
  • breng een wondpleister aan op de prikplaats en observeer op een eventuele bloeding

Aandachtspunten

Als hulpverlener-ambulancier mag je helpen bij de voorbereiding in het klaarmaken van de medicatie, na opdracht van een daartoe bevoegd persoon, maar mag je zelf geen medicatie toedienen via intramusculaire weg.


Terug naar Wiki · overzicht Procedures - overzicht