📅 Aangemaakt: 20-09-2026

Bronnen

Doelstellingen

  • De soorten ongevallen.
  • De twee soorten verwondingen.
  • De gevolgen van een slag, het principe van kinetische energie en het effect op het lichaam.
  • Het verband tussen een ongeval en de mogelijke verwondingen.
  • Het begrip gouden uur en de rol van het gouden uur na een trauma.
  • De verschillende soorten borstkasletsels.
  • De tekenen/symptomen/klachten die van belang zijn bij het beoordelen van een borstkasletsel.
  • De handelingen die moeten uitgevoerd worden bij verwondingen van de thorax.
  • De verschillende soorten buikletsels.
  • De tekenen/symptomen/klachten die van belang zijn bij het beoordelen van een buikletsel.
  • De handelingen die moeten uitgevoerd worden bij abdominale verwondingen.
  • De mogelijke verwondingen aan het urogenitale stelsel.
  • De ernst van verwondingen aan het hoofd of wervelkolom.
  • De verschillende soorten schedelletsels.
  • De verschillende soorten hersenletsel.
  • De methoden voor het beoordelen van het bewustzijn.
  • De WAPA evaluatiemethode.
  • De Glasgow Coma Schaal.
  • De handelingen die moeten uitgevoerd worden bij een patiënt met een hoofdtrauma.
  • De verschillende soorten aangezichtsletsels.
  • De methoden voor het beoordelen van een aangezichtstrauma.
  • De handelingen die moeten uitgevoerd worden bij een patiënt met letsels van het aangezicht of hals.
  • De oorzaken van een wervelzuilletsel.
  • De methoden voor het beoordelen van een wervelzuilletsel.
  • De handelingen die moeten uitgevoerd worden bij een patiënt met een wervelzuilletsel.
  • Het verschil tussen kneuzingen en wonden.
  • De werkwijze voor het beoordelen van een kneuzing.
  • De handelingen die moeten uitgevoerd worden bij een patiënt met een kneuzing.
  • De verschillende soorten wonden.
  • De methoden voor het beoordelen van een wonde.
  • De levensbedreigende verwondingen en de handelingen die hierbij moeten uitgevoerdworden.
  • De wondzorg bij lichte huidwonden.
  • De verschillende verbandtechnieken.
  • De oorzaak van skeletletsels en de verschillende soorten.
  • De methoden voor het beoordelen van een skeletletsel.
  • De handelingen die moeten uitgevoerd worden bij skeletletsels.
  • Het principe van spalken.
  • De skeletletsels van de armen.
  • De handelingen die moeten uitgevoerd worden bij skeletletsels van de armen.
  • De skeletletsels van de benen.
  • De handelingen die moeten uitgevoerd worden bij skeletletsels van de benen.

Gebonden praktijklessen

PDF: /

Alle soorten trauma-groeperingen, hoe je ze erkent, ernst beoordeelt en welke handelingen je treft.

Soorten ongevallen en verwondingen


Ongevallen zijn de meest voorkomende doodsoorzaak voor mensen onder de 40 -> Indien niet dood, langdurige invaliditeit

Gouden uur: “Uur waarin de kans op een succesvolle behandeling en herstel van letsel het grootst
is!” (tijd is weefsel en levenskwaliteit)

  1. Van de eerste hulp van de omstaanders (luchtweg vrijmaken, bloeding stelpen, bellen naar de 112) ->
  2. Hulpverleners ter plaatse (aspireren, zuurstof geven, parameteren, bijstand vragen, transport, …) ->
  3. Ziekenhuis (operatie, stabilisatie, intensive care, …)

Taken van HVA bij ter plekke komen:

  • Simpele triage
  • Extra ambulance, mug, middelen, … (brandweer, politie, FAST, …)
  • Eerste zorgen leveren + Transport (Nexus)

Soorten ongevallen & verwondingen

Een eerste introductie tot de soorten meestvoorkomende ongevallen en verwondingen.

VerkeersongevalArbeidsongevalOngeval in vrije tijd
VeelvoorkomendNonchalance/Ervaring roest de veiligheid wegSportongevallen (rotsklimmen, fietsen, lopen)
Niet naleven van veiligheidsmaatregelen (snelheid, gordel)Doe het zelvers (nagelgeweer, misplaatste hamerslag, …)
Risicogedrag (Alcohol, drugs, rijgedrag)Vergrijzing (oude mensen die domme stoten uitsteken)
Trauma: Verwonding -> Polytrauma: Meerdere (= poly) verwondingen
Open wondenGesloten wonden
BloederigHard contact met stomp voorwerp
Uitwendige letsels (schaaf-, scheur, -steek of schotwonden)Inwendige letsels
Scherp traumaStomp trauma

Ernst v/d verwonding

Kinetische energie: Hoeveel energie wordt er (in ons geval) op het lichaam uitgevoerd door de relatie van:

  • De massa: Hoe zwaar is het voorwerp die inwerkt op het lichaam
  • De snelheid: Aan welke snelheid gebeurt het contact tussen het lichaam en het voorwerp -> Hoe sneller hoe erger!

Soorten verwondingen

Bijlage via https://radiopaedia.org/articles/coup-contrecoup-injury-brain

In ons geval is de ernst meestal een beoordeling v/e:

  • Deceleratietrauma (= een vertragingsletsel): Het lichaam stopt (bij een botsing met, meestal een stilstaand voorwerp) maar de organen blijven verder bewegen - Kan zeer ernstig zijn, grote organen/bloedvaten kunnen afscheuren *(aorta, milt, lever, nieren)*
    • bv. een ongeval met de auto (zelf als bestuurder), val van hoogte, …
  • Trauma d.m.v. een stomp voorwerp/zware klap (bv. knuppel tegen ledematen, aangereden worden, …) - Kan ook enorm ernstig zijn, breuken van wervels of bekken *(slagaderlijk bloedverlies of verlamming)*
    • bv. … Coup-contrecoup: Botst met hoofd tegen iets waardoor hersenen tegen schedel botsen, terugveren en aan de andere kant van het schedel botsen.
    • bv. breuken, verstuikingen, bloeduitstortingen, …
  • Polytrauma: Twee of meer levensbedreigende letsels onafhankelijk van elkaar

Verwachtingen per situatie

O25 Zwaar trauma en schedeltrauma

Auto v.s. obstakel/auto

Type verkeersongevalSpeciaalhedenVerwondingen
Frontale botsingDeceleratietrauma!1. Romp wordt tegengehouden, hoofd niet (whiplash, coup-contrecoup, …) -> Nekletsel!
2. Letsels aan schouders, borstkas & buik (snijvlak met gordel)
3. Airbag beperkt de letsels aan de cervicale wervels, maar niet van uit gaan (oude auto, slechte airbags, niet afgegaan, …)
File botsing (frontaal, relatief lage snelheid)Minder ernstige vorm v/ frontale botsingMeestal enkel whiplash
Zijdelingse aanrijdingBinnendringen v/ koeswerk (meestal kant v/ indringing minste trauma)Armen, borstkas, bekken en halsletsels -> Heel weinig bescherming voor linkse/rechtse beweging naast gordel (t.o.v. compartmentalisatie van voor <-> achter)
Voertuig over kopGeen gordel aan -> Wordt uit voertuig geslingerdSchedel en wervelbreuken (+ de rest)
Aanrijding onder hoek (bv. aan wielen)Zorgt ervoor dat voertuig meestal rondtolt (indien snelheid hoog genoeg is)Moeilijk voorspelbaar, combinatie van zijdelingse/overkop

Auto v.s. zwakke weggebruiker

Een auto tegen een voetganger/fietser/stepper/… is een ongelijke strijd -> Enorm ernstige letsels, afhankelijk van:

  • De hoogte tot de motorkap / aanwezigheid -> Aanrijding met hoge auto’s / vrachtwagens / bussen zullen als resultaat hebben dat het SO onder de auto gaat, bij lage motorkappen er meestal over.
  • Grootte v/d zwakke weggebruiker (kind/volwassene) -> Indien de auto de kniëen vat zal er minder kans zijn op directe schade (volwassene), bij het vatten van de romp gaat alle kinetische energie recht de vitale organen binnen (kind)

Persoon v.s. zwaartekracht

Ernst/verwondingen bij een val van hoogte hangt af van:

  • Hoogte zelf (hoe hoog?)
  • Ondergrond (een baal stroo, gras v.s. beton, stenen)
  • Hoe neergekomen bij val? -> Voeten? Hoofd? (allebei enorm slecht natuurlijk) Armen? Zijkant?
    • (Op de voeten = alle kinetische energie rechstreeks nr wervelkolom)

Persoon v.s. vuurwapen of mes

Kracht/vorm van projectiel/mes bepaalt schade

  • Alle organen in baan van inwerkend projectiel/mes is beschadigd
  • Bij vuurwapen -> Drukgolf beschadigd alle omliggende organen

Persoon v.s. explosie

Bij een ontploffing maken we het verschil tussen de oorzaak en tijdsschaal van letsels

  1. Primair: Directe effect van drukwerking in gas-/luchtgevulde organen -> Schade en bloedingen (bv. trommelvlies die kapotgaat, longblaasjes die openspringen, …)
  2. Secundair: Rondslingerend puin -> Penetrerende wonden, diepe snijwonden, …
  3. Tertiair: Weggeslingerd worden door blastwind -> Deceleratietrauma (= hersenletsel, aortascheur, plettrauma, …)
  4. Quartenair: Alle overige effecten die inwerken op de gezondheid (bv. brand -> brandwonden, giftige gassen/weinig O2 -> respiratoire trauma, verstikking, …)

Vervoer v/d patiënt

  1. Vitale parameters stabiliseren
  2. Eerste wonden verzorgen en breuken spalken
  3. Assisteren van MUG (aanleggen monitoring, infuus, definitieve luchtweg, …)
  4. Transporteren naar ziekenhuis

-> Zie later in Wervelzuilletsels voor correcte gebruik wervelplank, schepbrancard, headblocks, … (P38 Bevrijding van de patiënt met behulp van een wervelplank + P36 De patiënt op een schepbrancard tillen - immobiliseren + P37 Conditionering van de patiënt met vacuümmatras)

Bevoegdheden incidentsite

  1. Officier v/d brandweer
  2. MUG Arts -> spoedverpleegkundige PIT (afhankelijk of arts aanwezig is)
  3. Wij als Hulpverleners-Ambulancier

Thoraxtrauma


Enorm moeilijk te beoordelen door de dichtheid van verschillende organen en mogelijk letsels -> Meestal gesloten, en dus schade niet rechstreeks zichtbaar

  • Gesloten letsels: Stompe kracht, kan vanalles zijn (zeer banaal -> kneusing v/d ribben, naar een klaplong of harttamponnade, naar een aortascheur)
  • Open letsels: penetrerend voorwerp van buiten (bv. mes) of vanuit binnen (bv. gebroken ribben)

Soorten thoraxtrauma’s

Allerlei soorten trauma’s inwerkend open/gesloten op de thoracale regio (borst)

  • Beschrijving -> Symptomen/pijn -> Oorzaken -> Speciaalheden/scenario

Borstbeenderen & indruk op de longen

Borstbeenbreuk
Breuk van het borstbeen
Ademnood - pijn aan borstkas (gelijkaardig hartritmestoornis)
Enorme stomp tegen thorax
Bij oudere personen meer waarschijnlijk door verharde kraakbenen (weinig compressie bij impact op borstkas die kinetische energie opvangt -> alle energie rechstreeks op borstbeen -> breuk)
Gesloten ribfractuur
Breuk van (meerdere) ribben
1. Pijn op plaats v/ breuk, toenemend bij ademen, bewegen, hoesten
2. Zitten meestal voorover en houden plek van pijn vast
3. abnormale ademhaling (oppervlakkig want pijn bij diep innademen)
Stomp tegen thorax (meer aan de zijkant)
Ribben zijn enorm scherp -> kan longpleura doorbreken/kneuzen = heamo- en/of pneumothorax
Longkneuzing
Kneuzing van de long (weefsel beschadigd)
1. Enorm pijnlijk
2. Dyspnoe
3. Bloed ophoesten -> Beschadigen van longblaasjes d.m.v. samendrukking door klap
4. Onregelmatige borstkasbeweging
Stomp tegen thorax (meer aan de zijkant)
Fladderthorax
Meerdere gesloten ribfracturen die ervoor zorgen
1. Paradoxale ademhaling
3. Idem andere symptomen van gesloten ribfractuur
Stomp tegen thorax
/

Pneumothorax (open of gesloten)HaemothoraxHaemopneumothorax
Lucht tussen de twee longvliezen in, neemt plek van de long inBloed tussen de twee longvliezen in, neemt ook plek van long inBloed EN lucht tussen de longvliezen in
1. Soms totaal niet pijnlijk, meestal wel
2. Dyspnoe
3. Assymetrische borstkasbeweging
4. Gebruik hulpademhalingsspieren + andere tekens van shock
5. Soms onderhuids opstapeling van lucht -> Michelin-ventje (krakende sneeuw)
idem als pneumothoraxidem als voorgaand
Stomp tegen thorax, open wonde/doorboringStomp tegen thoraxStomp tegen thorax
Kan leiden tot een spanningspneu//

Spanningspneumothorax: Ophoping van lucht wordt zodanig veel (doordat het er niet meer uit kan) dat longvlies uitzet en tegen hart en andere long begint te duwen -> MUG steekt katheter

  • Verplaatsing v/d ademsappel naar de functionerende long
Diafragmaruptuur (= middenrifscheur)
Middenrif (spier die inademen en uitademen voorziet) scheurt (deels)
1. Ademnood (dyspnoe)
2. Gebruik v/ hulpademhalingsspieren
2. Uiterlijk niets te zien (CT/XR beelden) -> kan nooit uitgesloten worden, gelijke symptomen van eender welke thoraxtraumata
Stomp tegen thorax
Buikinhoud duwt op borstkas -> minder plek voor longen

Hartaandoeningen d.m.v. thoraxtrauma

https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/30021832/

Hartkneuzing
Kneuzing van de hartspier
1. Pijn aan de borstkas
2. Kortademig
3. Shock
Zware klap op borstkas
Meestal samen met sternumfractuur -> Mogelijk kans op evolutie tot harttamponnade indien heftige klap
Harttamponade
Bloed in pericardium (= hartzakje) -> duwt op het hartzakje waardoor pompfunctie afneemt (kan niet voldoende uitzetten)
1. Moeilijk voelbare pols
2. Veneuze stuwing (= halsaders gaan enorm hard staan)
3. Gevoel of persoon gaat sterven
Harde klap op borstkas
Zeldzaam (maar herkenbaar door veneuze stuwing
Aortaruptuur (scheur v/d Aorta)
De grote slagader v/ het lichaam scheurt
1. Pijn achter borstbeen
2. Pijn tussen schouderbladen
3. Directe intense 10/10 scheurende pijn
4. Bloeddrukverschil tussen
Deceleratietrauma
Weinig aan te doen, zo vlug mogelijk naar ziekenhuis (ecmo + openhartoperatie) -> 20% v/ patiënten bereiken leven ziekenhuis, in totaal 2% overleven

Beoordelen thorax trauma

  1. Pijn
  2. Onrust
  3. Ademhalingsproblemen -> Assymetrie, diepte, … (spanningspneumothorax, open pneumothorax, massale hematothorax, fladderthorax/longcontusie)
  4. Fladderthorax -> Paradoxaal ademhalen
  5. Ophoesten van bloed (longcontusie)
  6. Subcutaan emfyseem (spanningspneumothorax, pneumothorax)
  7. Shock (spanningspneumothorax, massale hematothorax, harttamponade)
  8. Gezwollen halsaders (harttamponade)
  9. Abnormale positie v/ ademsappel (spanningspneumothorax)
  10. Steek- of schotwonden (open pneumothorax, massale hemothorax, harttamponade)

Alarmeren MUG

  • Spanningspneumothorax
  • Open pneumothorax
  • Fladder thorax en long contusie (door ophoesten bloed)
  • Massale hematothorax (door shock)
  • Hart tamponade

Gepaste handelingen bij thoraxtrauma

Afbeelding via slides

Open gapende thoraxtraumaFladderthoraxPenetrerende wonden
Afsluitend verband / Directe handeling = met de handDik verband op fladderende deelVoorwerp NIET verwijderen -> FIXEREN
Nooit volledig afsluiten -> EenwegsventielTegenduwen met handen (heel pijnlijk)Zuurstof geven - Vitale functies bewaken
Parameters blijven volgenVervoer al zittend OF liggende op fladderende deelZo snel mogelijk naar ziekenhuis enorm rustig vervoeren
Slechte parameters? Check of verband nog goed isParameter en observeer voor shockMUG bijroepen indien mogelijk

Abdominale traumata


Alle trauma m.b.t. het spijsverterings- en urogenitaal stelsel + de grote bloedvaten die in de buikregio lopen -> Weinig tot geen bescherming van rechstreekste trauma

  • Gesloten wonden: Stomp of val - Kan banaal zijn, maar ook enorm ernstig aangezien daar grote bloedvaten lopen (roodverkleuring)
  • Open wonden: Direct opvallend, zichtbare verwonding of penetrerend voorwerp die er nog zit, …

Behandeling v/ abdominale trauma

Specifieke handelingen bij een (veruitwendigend trauma) v/d darmen:

  • NOOIT eten of drinken
  • Stelp bloedingen -> Leg steriele doeken over opening in huid naar buikholte
  • Indien ingewanden eruitliggen:
    • Plastiekverband over darmen
    • Niet aanraken of terugduwen
    • Bedekken met steriel verband, waar alvorens gereinigd wordt door fysiologisch water
    • Penetrerende voorwerpen fixeren
    • Benen niet bewegen
    • Op brancard leggen in houding waarin patiënt oorspronkelijk ligt (ander kunnen darmen als een slag eruitrollen)

Geen aluminiumfolie op! Reageert met darmsappen en vormt giftstof

Handelingen bij trauma v/ urogenitaal stelsel

  1. Betrekkende tot: Blaas, nieren, geslachtsorganen en alles ertussen (ook baarmoeder!)
  2. Symptomen: Pijn aan zijde, lenden of onderbuik
  3. Aandachtspunten: Zeer vaag en moeilijk herkenbaar, zeer sterke doorbloeding! - Meestal gesloten wonden

Schedel en hersenen


O25 Zwaar trauma en schedeltrauma

Schedel en hersenletsels kunnen zichtbaar of onzichtbaar zijn (maar wel opmerkbaar door ons benaderingsschema, gewijzigde bewustzijnstoestand).

  • Schedeltrauma *(met meestal verwondingen aan aangezicht)* -> bijna altijd hersentrauma

Soorten schedelletsels

Bij elk hersenletsel, voortkomende uit een schedelletsel zal er een gedaald bewustzijn waarneembaar zijn in stap D van het benaderingsschema.

  • Gesloten schedelbreuk: Uitwendig is er weinig zichtbaar - mogelijks buil, beschadigde huid of voelbare vervormingen in het schedeldak.
  • Open schedelbreuk: Duidelijk opengebarsten, met zichtbaar hersenweefsel
  • Schotwonden: In + uitgangswond, per definitie een open schedelbreuk (meestal niks meer aan te doen)

Schedelbasisfractuur

https://www.kinderneurologie.eu/ziektebeelden/ongeval/schedelbasisbreuk en via slides

Een breuk in de basis v/h schedel (meestal met oorzaak een hoogenergetisch trauma -> harde val, verkeerstrauma, stomp voorwerp tegen aangezicht)…

BeschrijvingBijlage
Brilhematoom
Bloed en vochtverlies uit oren
Bloeduitstorting achter trommelvlies

Soorten hersenletsels

Commotio (= hersenschudding): Ook gekend als de ‘lichte hersenschudding’.

  • Oorzaken: Val op hoofd van kleine/middelgrote hoogte (bv. fiets), ergens tegen lopen, zware klap tegen gezicht bij gevecht, …
  • Gevolgen: Kortstondig bewustzijnsverlies (constant dezelfde vraag -> Wat is er gebeurt? - om de minuut), Geheugenverlies - Geen permanente schade, door de klap functioneren de hersencellen even minder goed. Hierdoor ook het geheugenverlies

Contusio (= hersenkneuzing): Kneuzing van de hersenen (vb. een coup/-contre-coup letsel)

  • Gevolgen: Langdurig bewustzijnsverlies (+/- 15 minuten), daarna gedaald bewutszijn - onomkeerbare schade van afgescheurde neuronen/slecht doorbloede neuronen (bij afsterven komt een giftige stof vrij die verdere schade kan aanrichten)

Het vaststellen van een contusio <-> commotio wordt gedaan in het ziekenhuis

Hersenbloedingen

Bijlage via slides

Lozen van bloed boven of tussen de hersenvliezen, of zelf in de hersenen. -> Niet enkel slecht door bloedverlies, maar bouwt een enorme druk op in gesloten schedelholte.

Soorten hersenletsels leidende tot een hersenbloeding (via slides)

De hersenvliezen

Bijlage via https://neurologie.slingeland.nl/hersenvliesontsteking-1

BenamingenBijlage (via Slingeland Ziekenhuis)
1. Duramater: Bovenste/Harde hersenvlies
2. Arachnoidea/Agondaal: Spinnenwebvlies *(hiertussen zit het hersenvocht)
3. Piamater: Zachte hersenvlies net boven hersenen

Soorten hersenbloedingen

Bijlagen via boek, slides & Hart+Vaat Centrum

De soorten hersenbloedingen baseren zich per locatie in de schedelholte.

Epidurale bloeding (via slides)Subdurale bloeding (via slides)Subarchnoïdale bloedingIntracerebrale bloeding (via boek)
Tussen schedel en duraTussen dura en arachnoid materTussen arachnoid mater en Pia MaterIn de hersenen zelf

Hemorragisch CVA -> Zie De zieke patiënt

Wonden aan het aangezicht en de hals


In het algemeen is een aangezichtsletsel niet zo super erg. Het is namelijks de ‘kreukelzone voor de hersenen’ -> Pas wel op, mogelijk komt de vrije luchtweg in gevaar of zorgen ernstige bloedingen voor overmatig bloedverlies

Soorten aangezicht- en halsletsels

LetselHerkenbare elementen/MechanismeOpletten voor …
Schaaf- en snijwondenZichtbaarGrof bloedverlies
Letsels van ogenScherpe voorwerpen (nog steeds aanwezig) of chemische productenGeen directe druk uitoefenen op oogbal <-> Bij chemische producten 10-15 minuten spoelen, niet afdekken!
Letsels aan de orenGescheurd, gesneden of afgeruktVeel bloedverlies
Letsels aan de neusGescheurd, gesneden of afgeruktBloed kan in keelholte lopen
Wonden van de hals (open/gesloten)ZichtbaarOpen/samengedrukte luchtweg, enorm veel bloedverlies (d.m.v. halsslagader)

Handelingen bij aangezicht- en halsletsels

LetselHandelingOrder/Procedure
Wonden thv mond en neusAspiratietoestel, indien tanden volledig los zitten -> verwijderen (verstikkingsgevaar)O26 Amputatie, verplettering, verminking, P01 Aspiratie van de bovenste luchtweg bij een patiënt zonder een kunstmatige luchtweg
NeusbloedingIn boekhouding naar beneden zitten (15 minuten)Circulation in benaderingsschema
Vreemde voorwerpenFixeren indien vreemd voorwerp, bij chemisch langdurig uitspoelen
P50 Fixatie ter voorkoming van lichamelijke letsels
Aderlijke of slagaderlijke bloedingen (in de hals)(druk) verband aanleggen / manuele druk uitvoeren

O05 Hypovolemische shock bij volwassene/Circulation in benaderingsschema
HersenvochtBijstand vragenO25 Zwaar trauma en schedeltrauma
AmputatieGeamputeerd deel in steriele doek/zak-in-zak meenemenO26 Amputatie, verplettering, verminking

Wervelzuilletsels


Letsels aan de wervelzuil moeten met aandacht en zorg behandeld worden.

  • Ze omvatten meestal blijvende schade m.b.t.. het ruggenmergkanaal en centrale zenuwstelsel
  • Ze zijn ten gevolge van een ernstig ongeval (schotwonde hals/romp, vertragingsletsel bij auto-ongeluk, …)
  • Vooral cervicaal/lumbaal (niet beschermd door ribben/bekken - thoracale/sacraal en staartwervels)

Handeling bij vermoeden van wervelzuilletsels

Slachtoffer zo weinig mogelijk bewegen - spinal management

Immobilisatieschema

Bijlage vanuit slides

Bij benadering van situatie (SSS) -> Is mogelijk wervelletsel?

Schema (via slides)
Elke stap uitgelegd:
  1. Geïsoleerd penetrerend trauma?: vitale minuten gaan naar het immobiliseren van de slachtoffer terwijl ze onderweg moeten zijn naar het ziekenhuis (dus geen immobilisatie indien van toepassing)
    • Penetrerend trauma: een voorwerp dringt door de huid het lichaam binnen, bijvoorbeeld een steekwonde (mes), schotwonde of spietsing.
    • Geïsoleerd: dit is het enige letselmechanisme. Er is dus geen sprake van daarnaast ook een val, aanrijding, klap of ander stomp geweld.
  2. ABCDE-kritiek?: Overloop je benaderingsschema, is de patiënt in levensbedreiging? - Geen tijd verspillen met volgende stappen, gewoon direct immobiliseren.
  3. NEXUS-voldaan?:
    • Indien slachtoffer de criteria van wervelschade voldoet, moet ze geïmmobiliseerd worden.
    • Indien ze aan geen van de criteria voldoet, is het toegelaten om het slachtoffer op eigen initiatief naar sanitaire cel te laten lopen.

NEXUS criteria

  • Geen pijn bij bevraging en/of palpatie van de posterieure middellijn van de cervicale wervelkolom
  • Geen neurologische uitvalsverschijnselen
  • Normaal bewustzijn
  • Geen intoxicatie (alcohol, drugs, medicatie)
  • Geen pijn door afleidend letsels (bv. grote breuken, uitgebreide brandwonden)

Gebruik je gezond verstand

Het komt zelden tegen dat de NEXUS overlopen is maar er toch een wervelletsel is. Maar het kan!
-> Is er volgens NEXUS geen immobilisatie nodig, maar zegt jouw gezond verstand van wel? (bv. bij val naar beneden van twee verdiepen) Doet dat dan!

Kan bv. door de adrenaline geen pijn voelen.

Blokrol & verwijderen van de valhelm

P34 Draaien van de patiënt - blokroltechniek (2 hulpverleners)

Persoon met valhelm rollen

  1. MILS toepassen over helm
  2. Blokrol uitvoeren
  3. Aligneren van hoofd
  4. Verwijderen van valhlem

Vasthouden bij blokrol

Je mag niet de kledij grijpen, je moet met je handen scheppen -> Bekken, schouders en benen

StapAmbulancier AAmbulancier B
0.Benadert slachtoffer, vertelt hun om voor hun te kijken en niet te bewegenHaalt headblocks, schepbrancard & riemen
1.Houdt Mils vastRijkt met twee handen in helm -> Soort omgekeerde MILS
2.Indien mogelijk, opening van helm groter maken*Houdt MILS vanuit binnen de helm vast
3.Helm rustig van hoofd nemenBlijft MILS vasthouden
4.Neemt MILS overPlaatst headblocks plank onder hoofd
5.Verdere spinale immobilisatie -> Standaard spinale immobilisatieVerdere spinale immobilisatie -> Standaard spinale immobilisatie
Indien mogelijk, opening van helm groter maken:
  • Integrale valhelm (valhelm zonder opening aan de kin, één deel): Soms is het mogelijk om de kussentjes te verwijderen met een rood lint. Wel niet te lang treuzelen, indien niet aanwezig is het gewoon eruit halen (het hoofd ging erin dus zal eruit kunnen zonder verder plaats te maken)
  • Open helm (valhelm waar kin gedeelte open kan, meest voorkomende): Openen van klep en indien aanwezig ingebouwde zonnebril & indien mogelijk kussentjes eruit (TIJDENS VASTHOUDEN INTERNE MILS!)

Verplaatsen van persoon tegen muur

Indien een persoon met een vermoeden van wervelschade tegen een muur gaan zitten is gaan we die moeten op de grond in ruglig krijgen.

Trekken in de lengte!

Om het minst kans hebben op het vorderen van een wervelletsel moet je in de lengte v/h lichaam trekken.

  • Iemand gaat aan het hoofd staan en de MILS toepassen
  • Twee personen langs de zijkanten om lichaam net onder oksel en net onder bekken vasthouden.
  • Nog iemand aan de voeten om te trekken

Rechtstaand persoon immobiliseren

  1. MILS langs voor toepassen
  2. Collega pakt wervellplank, zet achter slachtoffer
  3. Neem over van MILS door met één hand in high-five houding tegen hoofd te drukken (samen met collega) -> Zie foto
  4. Andere arm onder schouder haken van slachtoffer
  5. Gecontroleerd naar achter laten gaan

Aanleggen van KED & gebruik van de wervelplank

P39 Aanleggen van een bevrijdingsvest (2 hulpverleners), https://www.emsstuff.com/ferno-ked/

Aanleggen van de KED

  1. Middenste riem
  2. Onderte riem
  3. Benen -> Kruisen van riemen (links -> rechts, rechts -> links)
  4. Hoofd -> Kruisen van fixatie langs de zijkant
  5. Bovenste riem
  6. Kussen (we maken een p-vorm)
  7. Tijdens het verplaatsen naar plank herevalueren we altijd de fixatie van de riemen -> Aanspannen indien nodig!

Wervelplank

P38 Bevrijding van de patiënt met behulp van een wervelplank

De wervelplank wordt gebruikt om een vlakke ondergrond te bieden in eender welke positie. We gaan het SO* na/zonder het aanleggen van de KED verslepen naar de wervelplank.

Uitvoering volgens P38

  • De patiënt wordt voorzichtig op de wervelplank geschoven totdat het lichaam volledig in het midden op de plank ligt.
  • Maak de patiënt zo nodig vast met de spider riemen.
  • De wervelplank wordt vervolgens door minstens 4 zorgverleners opgetild.
  • De wervelplank kan worden gebruikt in combinatie met een bevrijdingsvest, dit vergemakkelijkt het verplaatsen van de patiënt omdat het hulpmiddel handgrepen heeft om de patiënt mee vast te houden.

Heel belangrijk hierbij -> MILS blijft toegepast tot headblocks geplaatst zijn.

Standaard spinale immobilisatie

P36 De patiënt op een schepbrancard tillen - immobiliseren

Na het bevrijden/in ruglig plaatsen van het slachtoffer in de voorgaande stappen

Benaderen van slachtoffer

We benaderen het slachtoffer altijd langs voren, we vertellen hun dat ze “voor u moet blijven kijken en niet bewegen!” -> bv. ‘kijk naar mijn hand’

Onderdelen standaard spinale immobilisatie:

  • Headblocks
  • Schepbrancard
  • Spin of de 3 riemen

Aanleggen van headblocks

P41 Plaatsen van headblocks na MILS

Na het uitvoeren van de MILS schakelen we over naar de headblocks die het hoofd gelijkaardig zullen fixeren.

AMB-A: Blijft MILS vasthouden
AMB-B:

  1. Leg de basisplank onder het hoofd
  2. Trek via de handen de schouders naar beneden
  3. Duw in een gekantelde beweging het kussen naar beneden op de velcro tegen de schouders en de zijkant van het gezicht -> AMB-A die de MILS doet neemt hierbij over van hoofd naar buitenkant kussen
  4. Herhaal dit voor de andere kant, collega blijft headblocks vasthouden
  5. Fixeer a.d.h.v. de straps aan de kin en het voorhoofd
  6. Collega die de MILS toepaste blijft de headblocks vasthouden

Indien hoofd/nek te lang en de straps om te bevestigen niet over de kin passen gaan we fixeren met tape.

Plaats tussen hoofd en ondergrond

We houden altijd één pink tussen hoofd en ondergrond bij verwijderen van valhelm. Dit is genoeg plaats om later de headblocks plank eronder te schuiven

Verplaatsen naar schepbrancard

P36 De patiënt op een schepbrancard tillen - immobiliseren

AMB-A: Blijft headblocks vasthouden zoals je zou doen bij de MILS.
AMB-B:

  1. Leg de schepbrancard naast de persoon pas hem aan a/d lengte v/d persoon
    • (bij heel lange mensen is dit soms onmogelijk, hierbij nemen we voorkeur op torso, hoofd en laten we de voeten er desnoods afhangen -> Leg een deken onder contactpunt met uiteinde voor comfort)
  2. Klik de schep uit elkaar
  3. Positioneer één helft van de schep zodat de headblocks er met 2 vingers van de bovenrand zullen terechtkomen
  4. Houd met je armen de persoon langs de andere kant tegen, duw met je benen de schep onder het lichaam -> Herhaal voor de andere kant
  5. Klik de bovenkant van de schep eerst toe, daarna de onderkant
  6. Fixeer de headblocks met de H-velcro linten aan de schepbrancard

Leg iets onder de knieën

Door het plaatsen van de riem zodat het SO* hun benen niet kan plooien creëer je overstrekking. Door hier een handdoek/klein kussen onde te leggen zorg je voor comfort.

Aanleggen van de 3 riemen

We fixeren ten laatste de patiënt aan de schepbrancard a.d.h.v. de 3 riemen.

  1. Riem onder de oksels
  2. Riem aan het bekken
  3. Riem aan de bovenkant van de knieën

We laten de patiënt goed uitademen en spannen de riemen aan op die hoogte.

Plaatsing spin

P36 De patiënt op een schepbrancard tillen - immobiliseren -> Bij spin; schouder riemen in zelfde gat van borstriem

De vacuummatras

P37 Conditionering van de patiënt met vacuümmatras

Bij lange transporten verkiezen we voor de vacuümmatras. (comfort en isolatie tegen de warmte/koude)

  1. Uithalen van de pomp en matras en verspreiden van de korels door te wrijven
  2. Leg een deken in de matras
  3. Leg het slachtoffer in het midden van de vacuümmatras.
  4. Maak de headblocks los van de schepbrancard.
  5. Verwijder de schepbrancard in overleg met je collega.
  6. Leg een kussen tussen de benen van het slachtoffer (behalve in geval van een beenspalk).
  7. Controleer of de matras de voetzolen niet raakt (bij het vacuüm zuigen van de matras) om te voorkomen dat de wervelkolom wordt samengedrukt.
  8. Bind met de hulp van je collega de vacuümmatras vast (werk samen - de ene zorgt voor de matras, de andere voor de riemen).
  9. Zorg ervoor dat de riemen elkaar kruisen ter hoogte van de borst.
  10. Maak ten minste één arm vrij voor het nemen van parameters en, eventueel, voor intraveneuze toegang.
  11. Doe de zijkanten van de brancard terug omhoog.

Waarom een deken?

Soorten bevrijdingen v/e slachtoffer

Kneuzingen en wonden


Trek een foto van de wonde alvorens inpakken -> Dan moet hij niet weer uitgepakt worden