P36 De patiënt op een schepbrancard tillen - immobiliseren

Materialen

Noodzakelijk materiaal

  • Schepbrancard
  • Ten minste 3 riemen om de patiënt vast te maken.
  • Headblocks

Voorbereiding

  • De patiënt informeren over de indicatie, de procedure en zijn/haar eventuele medewerking.
  • Zo nodig wordt deze procedure voorafgegaan door de procedures:
    • P 34 - Draaien van de patiënt met behulp van de blokroltechniek (2 hulpverleners)
    • P 06 Toepassen MILS

Uitvoering

Voorbereiding

  • Laat de collega eerst fysiek contact maken voordat er verbaal contact is (MILS).
  • Leg de schouders van het slachtoffer in de juiste positie (lichtjes laten zakken, neutrale anatomische positie).

Plaatsen van headblocks

  • Plaats het occipitale kussen (onderbord) van het hulpmiddel centraal onder het hoofd van het slachtoffer, indien nodig met de hulp van een collega.
  • Plaats de twee headblocks op de velcro van het onderbord van het hulpmiddel.
  • Pas de positie van de headblocks aan aan de lichaamsbouw van het slachtoffer (openingen voor de oren versus contact met de halsbasis).
  • Breng de riem voor het voorhoofd symmetrisch en met gelijke kracht aan, zodat de headblocks dichter bij het hoofd van het slachtoffer komen, maar zonder overmatige druk uit te oefenen.
  • Breng de riem voor de kin symmetrisch en met gelijke kracht aan, zodat de headblocks dichter bij het hoofd van het slachtoffer komen, maar zonder overmatige druk uit te oefenen.
  • In dit stadium kan de MILS die tot dan toe door de collega werd toegepast, worden losgelaten.

Voorbereidingen voor de schepbrancard (hoofd)

  • Leg de schepbrancard naast het slachtoffer in de juiste richting.
  • Leg de bovenkant van de schepbrancard zo dat je op de latere positionering kan anticiperen.
  • Laat voldoende ruimte - 2 vingerbreedtes - tussen de kruin van de schedel van het slachtoffer en de binnenkant van de schepbrancard.

Voorbereidingen voor de schepbrancard (voeten)

  • Open de grendels voor het verlengen van de schepbrancard.
  • Trek de brancard uit tot aan de voeten van het slachtoffer of als dat niet lukt (slachtoffer te groot), niet verder dan de 3 zichtbare gaten.
  • Zet de grendels voor het verlengen van de schepbrancard vast.
  • Schuif met het voeteinde van de schepbrancard totdat je een “KLIK” van de vergrendeling hoort.

Plaatsen van de twee helften

  • Open voorzichtig (voet tussen slachtoffer en schepbrancard) de grendel aan de bovenzijde van de schepbrancard.
  • Geef je collega toestemming om de grendel aan de voeten te openen.
  • Jij (en je collega) nemen elk een halve schepbrancard en leggen die voorzichtig aan weerskanten van het slachtoffer.
  • Om beurten voeren jij (en je collega) een lichte blokrol uit door het slachtoffer ter hoogte van de schouder en het bekken zacht naar je toe te trekken en er daarbij voor te zorgen dat de bovenste ledematen tijdens de handeling worden meegenomen.
  • Schuif om beurten een halve schepbrancard onder het slachtoffer en respecteer daarbij de veiligheidsmaatregel bij het hoofd (2 vingerbreedtes).

Sluiten van de schepbrancard.

  • Neem plaats bij het hoofd van het slachtoffer om de grendel aan de bovenkant van de schepbrancard vast te zetten en zorg ervoor dat je het slachtoffer hierbij niet stoot. Vraag hulp aan je collega om te voorkomen dat de twee helften van de brancard aan de voeten uit elkaar gaan.
  • Controleer of de grendel goed vastzit.
  • Geef je collega toestemming om de grendel aan de voeten vast te zetten, en help je collega indien nodig daarbij.

Immobilisatie op 3 punten

  • Trek met de hulp van je collega een eerste riem, ter hoogte van de borstkas, strak aan onder de oksels.
  • Let erop dat de borstriem wordt aangetrokken nadat het slachtoffer diep ingeademd heeft.
  • Trek met de hulp van je collega een tweede riem strak aan ter hoogte van het bekken, idealiter ter hoogte van de as van de trochanter major.
  • Trek met de hulp van je collega een derde riem strak aan boven de knieën of, als dat niet mogelijk is, ter hoogte van de voeten, boven de enkels.

Bevestigen HEADBLOCKS-

  • Maak de schepbrancard en de headblocks aan elkaar vast met behulp van de velcro op het onderbord.

SCHEPBRANCARD

Nazorg / registratie

  • Reinig de brancard na gebruik en reinig indien nodig de riemen en alle extra materiaal dat je eventueel hebt gebruikt.
  • Informeer de patiënt over het resultaat.
  • Controleer de houding van de patiënt.
  • Controleer de vitale functies van de patiënt. Zorg ervoor dat de borstriem de normale ademhaling niet belemmert.

Aandachtspunten

Heb oog voor het psychosociale aspect van het gebeuren. Communiceer voldoende onderling, maar denk eraan om ook met de patiënt te praten. Leg uit wat er gaat gebeuren en waarom dit noodzakelijk is, zodat de patiënt vertrouwen krijgt in jullie als hulpverleners en als team.

Het gebruik van riemen uit één stuk wordt aanbevolen.

Vraag indien nodig hulp aan andere hulpdiensten voor de evacuatie.

De ondersteuning van de hals versterken

  • Leg de H-vormige riem met de velcro naar boven.
  • Plaats en verstel de velcro zo dicht mogelijk aan weerszijden van de hals van het slachtoffer, zonder aan te spannen.
  • Plaats en verstel de velcro zo dicht mogelijk bij de kruin van het slachtoffer, zonder aan te spannen.
  • Plaats de velcro zo dat de halssteun tijdens het vervoer niet l osraakt.

Kwaliteit van de hulpverlening

  • Dirigeer het werk van je collega tijdens de operatie om ervoor te zorgen dat de MILS tijdens alle handelingen in stand wordt gehouden en dit ten minste totdat de riemen voor voorhoofd en kin zijn vastgemaakt.
  • Zorg voor een goede communicatie met je collega, in het bijzonder tijdens het fixeren van het slachtoffer.
  • Zorg ervoor dat de as hoofd-hals-romp van het slachtoffer tijdens alle bewegingen wordt gerespecteerd.
  • Veroorzaak geen schadelijke bewegingen/manipulaties voor het slachtoffer.

Terug naar Wiki · overzicht Procedures - overzicht