P02 Aspiratie van de luchtweg bij een patiënt met een kunstmatige luchtweg - endotracheale tube (ETT) of supraglottische luchtweg
Materialen
Noodzakelijk materiaal
- aspiratietoestel
- aspiratiesonden (diameter: French of Charrière 8 – 12 – 14)
- water (spoelvloeistof)
- wegwerpzakdoekjes
- afvalrecipiënt of vuilniszak
Optioneel materiaal
- bescherming voor kledij patiënt
- fingertip controleklepje (bij sonden zonder afzuigventiel)
- persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM): mondmasker, overschort, beschermbril
Voorbereiding
- zet je materiaal klaar binnen handbereik
- denk aan water om tussen 2 aspiraties de sonde en aspiratieleiding te spoelen
- zorg voor je veiligheid (handschoenen, zo nodig PBM)
- controleer of de kunstmatige luchtweg goed gefixeerd is
- leg eventueel bescherming over de kledij van de patiënt
- controleer of de aspiratiepomp goed werkt
- open de verpakking van de aspiratiesonde langs de zijde waar de aspiratieleiding moet geconnecteerd worden
- connecteer de aspiratiesonde met de fingertip controleklep (indien nodig)
- connecteer de aspiratiesonde (zo nodig met fingertip controleklep) met de aspiratieleiding van het aspiratietoestel
Uitvoering
-
zet het aspiratietoestel aan met open fingertip controleklep
-
haal de aspiratiesonde met je dominante hand voorzichtig uit de verpakking, zonder ergens tegen te stoten, en neem de aspiratiesonde vast tussen wijsvinger en duim op ongeveer 10 à 15 cm afstand van de top
-
open het klepje van de swivel met je niet-dominante hand of vraag aan je collega om de beademingsballon of het beademingstoestel te ontkoppelen van de kunstmatige luchtweg (doe dit zelf met je niet-dominante hand er op lettend de kunstmatige luchtweg niet te verschuiven)
-
ga met de aspiratiesonde, nog steeds met open fingertip controleklep, in de kunstmatige luchtweg tot de gewenste diepte
-
sluit de fingertip controleklep of het afzuigventiel zodat de zuigkracht aan de tip van de aspiratiesonde toegepast wordt
-
trek voorzichtig de aspiratiesonde terug, met licht roterende beweging, in een periode van maximaal 10 à 15 seconden
-
observeer de parameters (hartritme, saturatie, …) van de patiënt tijdens de aspiratie
-
sluit het klepje van de swivel of laat terug de beademingsballon of het beademingstoestel aansluiten op de kunstmatige luchtweg
-
spoel de aspiratiesonde met water
-
laat de patiënt tot rust komen en herhaal eventueel de stappen 3 tot 9
Nazorg / registratie
- reinig zo nodig de mond en neus van de patiënt met wegwerpzakdoekjes
- ruim het resterende materiaal op en verwijder niet herbruikbaar materiaal via het afvalrecipiënt of de vuilniszak
- controleer de houding van de patiënt
- controleer dat de kunstmatige luchtweg nog goed gefixeerd is
- controleer de vitale functies van de patiënt
- breng de kledij van de patiënt terug in orde
- noteer je actie/resultaat op het registratieformulier
- na gebruik:
- ontkoppel de aspiratiesonde en de fingertip controle indien aanwezig en gooi deze in het afvalrecipiënt of de vuilniszak
- spoel de aspiratieleiding met spoelvloeistof
- ledig het opvangrecipiënt van het aspiratietoestel, spoel met water, reinig met ontsmettingsmiddel, spoel na met voldoende water
- droog het opvangrecipiënt van het aspiratietoestel met wegwerpzakdoekjes
- monteer het aspiratietoestel terug zodat het klaar is voor een volgend gebruik
Aandachtspunten
Je moet als hulpverlener-ambulancier beschikken over een goede kennis van de anatomie en fysiologie van het ademhalingsstelsel. Hiervoor wordt verwezen naar het desbetreffende hoofdstuk in het handboek voor de hulpverlener-ambulancier.
Denk er aan dat deze handeling voldoende snel moet uitgevoerd kunnen worden en enige vaardigheid vereist. Het is dus zeker aangewezen om deze procedure regelmatig in te oefenen zodat een snel en vlot verloop van de aspiratie kan gegarandeerd worden.
Zorg tijdens de uitvoering van de techniek voor een zo hygiënisch mogelijk werken.
Terug naar Wiki · overzicht Procedures - overzicht