P25 Toedienen van een dosisaerosol

Materialen

Noodzakelijk materiaal

  • voorgeschreven medicatie: dosisaerosol
  • nierbekken
  • wegwerpzakdoekjes

Optioneel materiaal

  • inhalatiekamer
  • glas water

Voorbereiding

  • informeer de patiënt over de indicatie, werkwijze en de eventuele medewerking door de patiënt
  • controleer de juistheid van de gegevens die je betreffende de medicatie begrepen hebt met het mondelinge voorschrift van de aanwezige verpleegkundige3 of arts, of het mondelinge, radiofonische voorschrift of voorschrift via de webcam van de MUG-arts die door het hulpcentrum 112 is uitgezonden om de patiënt te behandelen
  • vergelijk de medicatie met het mondelinge voorschrift:
    • naam van de medicatie
    • samenstelling en concentratie
    • vervaldatum
    • toedieningswijze
  • bereid de dosisaerosol voor:
    • neem de dosisaerosol omgekeerd vast (opening naar beneden)
    • schud de dosisaerosol gedurende enkele seconden
    • verwijder het kapje van de dosisaerosol
    • neem de dosisaerosol vast met de wijsvinger op de bodem en de duim ter hoogte van het mondstuk
    • bij een nieuwe dosisaerosol, druk een keer kort op de bodem van de dosisaerosol om de werking te controleren
    • indien een inhalatiekamer beschikbaar is, plaats het mondstuk in de daartoe voorziene opening van de inhalatiekamer en monteer eventueel het masker op het andere uiteinde

houder van de bijzondere beroepstitel van verpleegkundige gespecialiseerd in de intensieve zorg en spoedgevallenzorg

Uitvoering

  1. plaats de patiënt in een comfortabele, rechtop zittende houding
  2. dien de dosisaerosol toe (zonder inhalatiekamer):
    • laat de patiënt rustig en volledig uitademen
    • het mondstuk wordt tussen de tanden geplaatst en goed met de lippen omsloten
    • het hoofd lichtjes achterover laten buigen
    • instrueer de patiënt om traag en diep in te ademen terwijl gelijktijdig de bodem van de dosisaerosol volledig ingedrukt wordt
    • vraag de adem 5 à 10 seconden in te houden en verwijder de dosisaerosol
    • laat de patiënt dan langzaam langs de mond uitademen
    • zo nodig herhalen als het voorschrift meerdere inhalaties voorschrijft
  3. dien de dosisaerosol toe (met kleine inhalatiekamer):
    • laat de patiënt rustig en volledig uitademen
    • plaats het mondstuk van de inhalatiekamer tussen de tanden en laat dit goed met de lippen omsluiten of plaats het masker goed op de mond en neus
    • het hoofd lichtjes achterover laten buigen
    • druk de dosisaerosol 1 x in zodat de verstuiving vrijkomt in de inhalatiekamer
    • instrueer de patiënt om traag en diep in te ademen en de adem 5 à 10 seconden in te houden
    • verwijder de dosisaerosol van de inhalatiekamer
    • laat langzaam langs de mond uitademen
    • 4 tot 5 maal in- en uitademen in de inhalatiekamer
    • herhaal zo nodig als het voorschrift meerdere inhalaties voorschrijft
  4. dien de dosisaerosol toe (met grote inhalatiekamer):
    • laat de patiënt rustig en volledig uitademen
    • plaats het mondstuk van de inhalatiekamer tussen de tanden en laat dit goed met de lippen omsluiten of plaats het masker goed op de mond en neus
    • het hoofd lichtjes achterover laten buigen
    • druk de dosisaerosol 1 x in zodat de verstuiving vrijkomt in de inhalatiekamer
    • instrueer de patiënt om binnen de 10 sec. diep in en uit te ademen door de inhalatiekamer en dit 4 x te herhalen
    • zo mogelijk op het einde de adem 5 à 10 seconden inhouden
    • verwijder de dosisaerosol
    • laat dan langzaam langs de mond uitademen
    • 4 tot 5 maal in- en uitademen in de inhalatiekamer
    • herhaal zo nodig als het voorschrift meerdere inhalaties voorschrijft
  5. geef het glas water om de mond te kunnen spoelen, het water niet inslikken maar uitspuwen in een nierbekken
  6. droog het gelaat met een wegwerpzakdoekje
  7. plaats zo nodig het zuurstofmasker/zuurstofbril terug

Nazorg / registratie

  • na gebruik:
    • ruim het gebruikte materiaal op
    • gooi lege verpakkingen in het afvalrecipiënt of de vuilniszak
  • informeer de patiënt over het resultaat
  • controleer de houding van de patiënt
  • controleer de vitale functies van de patiënt
  • breng de kledij van de patiënt terug in orde
  • noteer je actie/resultaat op het registratieformulier

Aandachtspunten

Je mag als hulpverlener-ambulancier geen diagnose stellen. Je mag geen medicatie toedienen op eigen initiatief, ook al kwam je in het verleden gelijkaardige situaties tegen. Enkel daartoe bevoegde personen kunnen je als hulpverlener-ambulancier de opdracht geven om een welbepaalde medicatie op een welbepaalde wijze toe te dienen.

Belangrijk is wel dat je als hulpverlener-ambulancier voldoende informatie verzamelt (onder andere voorgeschiedenis van de patiënt) en de toestand van de patiënt op een juiste en professionele wijze kan beschrijven aan de gezondheidszorgbeoefenaars opgenomen in punt 2 van ‘voorbereiding’ in deze procedure.

Zorg tijdens de uitvoering van de techniek voor een zo hygiënisch mogelijk werken.


Terug naar Wiki · overzicht Procedures - overzicht